Onderstaande column is gepubliceerd in BaaZ.nl 01/2008
“Me and my guitar, always in the same mood. I am mostly flesh and bones and he is mostly wood,” schalt het door mijn luidsprekers (sorry buurman). James Taylor bezingt in een schitterend liedje de liefde voor zijn gitaar, het onmisbare instrument in zijn leven. En in zijn dood: “If he can’t go to heaven. Maybe, I don’t want to go, Lord.”
Een onmisbaar instrument, mijmer ik, en mijn blik wordt gezogen naar het tamelijk saai vormgegeven apparaatje dat naast mijn notebook ligt. Nokia, heet hij. Ik begin met James Taylor mee te zingen: “Me and my mobile, always feel fantastic. I am mostly flesh and bones and he is mostly plastic.” Met een schok besef ik me dat ik na deze woorden nooit meer naar James Taylor kan luisteren zonder aan deze column te denken, maar het leed is al geschied. Is mijn mobiel onmisbaar? Hoe zou een dag zonder mobiele telefoon eruit zien?
Ik raak in ieder geval compleet, letterlijk en figuurlijk, de weg kwijt. Letterlijk, want ik kan Google Maps niet meer raadplegen. En figuurlijk, want waar ben ik zonder agenda en takenlijst? Ik kan niet meer bellen, SMS’en, e-mailen, Twitteren. Geen foto’s meer maken, geen MP3’s en radio luisteren, geen video’s kijken. De mobiele telefoon is een vergaarbak van functies en die vergaarbak raakt steeds voller. Sinds een half jaar heb ik een mobiel met een NFC-chip, voor Near Field Communication. In het centrum van Rotterdam kan ik daarmee betalen. Nog een paar jaar en dan werkt die chip ook voor het openbaar vervoer, als AH Bonuskaart, Airmilespas en sleutel in gebouwen. Mijn mobiel, de alleskunner, is echt onmisbaar en wordt zelfs steeds onmisbaarder.
Maar toch, als mijn laatste dag is aangebroken en ik moet kiezen, dan blijft mijn mobiel op aarde achter, en kies ik voor de bezieling van muziek.
